Deze website is niet goed met deze oude versie van Internet Explorer te bekijken. We raden u aan om naar de nieuwste versie van Internet Explorer te upgraden of gebruik te maken van Google Chrome of Firefox.
MENU
Logo basisschool Clara Fabricius

De school waar je groeit!


De leerlingen

 

3. De leerlingen

3.1 De aanmelding

Voorafgaand aan de aanmelding van een nieuwe leerling vindt een gesprek plaats met de ouders. De ouders krijgen een rondleiding en we leggen onze uitgangspunten en praktische uitvoering daarvan uit. Daarnaast proberen wij in dit gesprek een zo duidelijk mogelijk beeld van het kind, het gezin en de leefomgeving van het kind te krijgen. Deze informatie wordt gebruikt om te beslissen of onze school voor uw kind de juiste plek is. Dit inleidend gesprek vormt in feite de toegangspoort tot de school. Omdat wij de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen voorop stellen én hen voldoende aandacht willen geven, kunnen wij niet álle kinderen aannemen. Dit betreft dan met name die kinderen waarvoor, in de periode voorafgaand aan de basisschool, een rugzak[1] is aangevraagd. Hierbij speelt de aard en ernst van de problematiek, de expertise en ervaring die op dat gebied beschikbaar is én de draagkracht van het team een rol.

Uiteraard blijft ons uitgangspunt gelden, dat er voor iedereen een plek moet zijn op onze school. Maar, ook het geluk en het welbevinden van het kind is een belangrijke factor. Soms is het voor kind, ouders én de school uiteindelijk wijs, om toch te besluiten een kind niet bij ons op school te plaatsen. In samenspraak met de ambulant begeleider en de ouders komt de school tot een besluit.

Redenen tot afwijzing kunnen bijvoorbeeld zijn:

·         de groepsgrootte

·         het aantal kinderen met een beperking die al een plek hebben bij ons op 
school

·         de ernst van de beperking.

Als ouders het inschrijfformulier ondertekend inleveren, wordt de inschrijving door de school schriftelijk bevestigd. In de meeste gevallen zal het gaan om een bijna 4-jarige. Ongeveer vier weken voor het kind

4 jaar wordt, neemt de leerkracht contact op met de ouders om 

4 à 5-tal dagdelen af te spreken waarop het kind komt wennen. Dit gebeurt liever niet in de maanden december en juni. Kinderen die in die maanden jarig zijn kunnen beter tot januari en augustus wachten. Kinderen die vóór 1 oktober vier jaar worden mogen aan het begin van het schooljaar starten. De kinderen krijgen vóór hun wenperiode het “Welkom op school” boekje thuis bezorgd waarin het kind kan lezen hoe het bij ons op school gaat.

Als kinderen in een andere groep dan groep 1 geplaatst worden, zal ook eerst een gesprek plaatsvinden. Van de school waar het kind vertrekt, verwachten wij op korte termijn een onderwijskundig rapport, zodat wij snel op de ontwikkeling van het kind kunnen inspelen.

 

3.2 De start: groep 1 en 2

Kleuters leren al doende, tijdens het spel. Wij spelen daarop in door te zorgen dat er veel materiaal is waarmee kleuters kunnen leren. We zijn voortdurend met de kinderen in gesprek. Ze leren daardoor woorden kennen en leren goed spreken. Dat is heel belangrijk als voorbereiding op het latere taal- en leesonderwijs. Door het gericht aanbieden van materialen geven wij ook sturing aan die ontwikkeling.

De werkwijze bij de kleuters is hoofdzakelijk in projectvorm. Door te luisteren naar wat er bij de kinderen leeft, komen we van daaruit tot een onderwerp waar de hele groep aan mee kan doen.

We leggen deze projecten dus niet op. De kinderen bepalen grotendeels hoe lang een activiteit duurt en wat er in het kader daarvan in de groep gebeurt. Zolang de kinderen betrokken zijn, leren ze ook.

Het volgen van de kinderen is een belangrijke taak van de leerkracht. Een veelheid van taal-, reken- en knutselactiviteiten wordt ingebracht door de leerkracht.

Door het jaar heen zijn er een aantal vaste thema’s. Dit zijn thema’s uit de methode Schatkist zoals de seizoenen, Sint en Kerst, enz.

Om ruimte te scheppen wordt ook de hal (bij groep 1 en 2) bij het onderwijs betrokken. Dagelijks gaan, tijdens het werkuur, ouders met een klein groepje kleuters knutselen.

De kleutergroepen zijn samengesteld uit 4 t/m 6 jarigen. Kinderen kunnen elkaar stimuleren en zich aan elkaar optrekken. In de twee groepen wordt identiek gewerkt en komt tegelijkertijd dezelfde leerstof aan de orde, maar het thema kan in de groepen verschillend zijn. We volgen immers de kinderen. Om vroegtijdig  problemen met leren te signaleren, worden regelmatig observaties door de leerkracht uitgevoerd. Hierbij gebruiken we ook de nieuwste methode van Schatkist.

 

3.3.1 Groep 3 t/m 8

Kinderen vergaren het gemakkelijkst kennis, als ze daar aan toe zijn. Daarom vinden wij het belangrijk dat kinderen aan de leesvoorwaarden voldoen voordat ze in groep 3 komen. Bij het leren lezen gebruiken wij de methode Veilig Leren Lezen. Daarbij beschikken we over een uitgebreide hoeveelheid oefen- en spelmateriaal.

Voor het voortgezet lezen (vanaf groep 4) gebruiken we de methode Leesestafette. De methode sluit aan bij de eisen van het moderne onderwijs: onderwijs op maat. Door deze nieuwe methode kunnen wij alle kinderen de juiste instructie bieden op het juiste leesniveau.

Voor begrijpend lezen gebruiken wij  een andere moderne methode: ”Tussen de regels”. Ook daarin is er volop aandacht voor de verschillen in niveau en behoeften van de kinderen. De kinderen leren verschillende leesstrategieën aan om een tekst goed te leren begrijpen en de informatie accuraat te verwerken. Dit is natuurlijk cruciaal in de samenleving. 

Een goed leesbaar handschrift vinden wij nog steeds belangrijk. Vandaar dat al in de kleutergroepen ruime aandacht wordt besteed aan de manier waarop het potlood wordt vastgehouden en we middels de methode Schrijfdans de fijne motoriek ontwikkelen. In de groepen 3 tot en met 8 hanteren wij moderne schrijfmethodieken, Pennenstreken en Schrijven in de basisschool.

Het taalonderwijs bestaat niet meer, zoals vroeger, uit het ellenlang foutloos overschrijven van lesjes met invuloefeningen. Tegenwoordig besteden we veel aandacht aan leren praten, leren luisteren naar wat anderen zeggen en het goed onder woorden kunnen brengen van de eigen mening.

Daarnaast staan de taalboeken vol met creatieve opdrachten.

Natuurlijk wordt er aandacht besteed aan foutloos schrijven van woorden en werkwoordsvormen, met name in de lessen spelling.

De vorm waarin dat gebeurt is echter speelser en inzichtelijker.

Voor deze twee vakken gebruiken wij de methode Taalverhaal (in het schooljaar 2010-2011 in groep 8 Taaljournaal).

In de rekenles leren de kinderen het zoeken naar en toepassen van verschillende oplossingsmethoden en het verwerven van inzicht in de structuren van getallen . Ook leren de kinderen grafieken en tabellen aflezen en interpreteren. Allemaal op een levendige, boeiende manier. Wij maken voor rekenen gebruik van de methode Pluspunt.

Aardrijkskunde, geschiedenis en natuur/techniek zijn vakken die u zich nog wel zult herinneren uit uw eigen basisschooltijd. Maar daarmee houdt wereldoriëntatie niet op. Maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen, staatsinrichting, milieueducatie en gezond gedrag zijn allemaal aspecten van de wereldoriëntatie. Sommige van deze onderdelen hebben onderdak gevonden bij de drie hiervoor genoemde vakken. Aan andere wordt aparte aandacht besteed. Daarbij wordt de onderlinge samenhang niet verwaarloosd en vloeien vakken in elkaar over.

Actief burgerschap

Onder actief burgerschap wordt verstaan ‘het zelfstandig verantwoordelijkheid nemen binnen en buiten de school’. We streven de volgende doelen na:

·         Samen met de ouder(s)/ verzorger(s) leiden we kinderen op tot fatsoenlijke burgers. We leren ze respectvol om te gaan met andere mensen en de omgeving waarin we leven. Dit doen we o.a. met behulp van onze SEO (Sociaal Emotionele Ontwikkeling) methode.

·         We leren de kinderen samen te werken, zodat ze actief mee willen doen aan de samenleving. Dit doen we o.a. met kring-gesprekken.

·         We leren de kinderen wat democratie is en leren ze erna te handelen. Wij leren dit de kinderen met behulp van onze geschiedenismethode.

·         We voeden de kinderen op tot personen die kennis hebben van en respect hebben voor andere opvattingen en overtuigingen. We laten onze kinderen ‘kennis-maken’ met andere culturen en geloven. (O.a. met geestelijke stromingen)

·         We geven de kinderen bagage mee m.b.t. de algemene ontwikkeling. In ons onderwijsaanbod hebben we cultuur, natuur en techniek opgenomen.

Aan expressie hechten wij grote waarde. Het is niet voor niets dat wij binnen de keuze van methoden, ook voor taal, lezen en rekenen, het expressieve deel nauwkeurig onder de loep hebben genomen. Je op een goede en positieve manier leren uiten is van belang voor ieders welzijn. Wij doen dit door drama, zang, dans, muziek, tekenen, handvaardigheid, textiele werkvormen en knutselactiviteiten. Tijdens de podiumdagen kunnen kinderen laten zien wat ze op expressiegebied hebben geleerd. Ouders zijn van harte welkom om te komen kijken. We streven er naar dat kinderen zelf kritisch naar hun eigen werk kijken en hun grenzen verleggen.

Groep 8 "trakteert" de kinderen en de ouders aan het eind van het schooljaar op een musical: een jaarlijkse happening die druk bezocht wordt!

 

3.3.2 Dag- en weektaken

Vanaf groep 3 leren we de kinderen werken met dag- en weektaken. Uiteraard zit daar een opklimmende graad van zelfstandigheid in. Naast het feit dat het zelfstandig werken aan de leerkracht tijd en ruimte geeft leerlingen extra te begeleiden, leren de kinderen daardoor ook de verantwoordelijkheid dragen en plannen. Het werken aan en met dag- en weektaken, biedt de leerkracht ook ruimte om te kunnen differentiëren, oftewel rekening houden met verschillen. Er zijn leerlingen die minder instructie nodig hebben en kinderen die eerder, vaker of langer instructie nodig hebben.

 

3.4 Begeleiding naar het Voortgezet Onderwijs

De in groep 7 afgenomen CITO-entreetoets is een handvat waaraan ouders en school kunnen zien hoever het kind de basisleerstof beheerst aan het begin van groep 8. De uitslag wordt gebruikt om ieder kind zo optimaal mogelijk te begeleiden in het laatste jaar op onze school.

Medio november heeft de leerkracht van groep 8 met alle ouders gesprekken over de gewenste en mogelijke schoolkeuze. Hoofdgegeven bij de keuze is het feit dat we de kinderen gedurende de hele schoolloopbaan gevolgd hebben in hun ontwikkeling en daardoor een goed beeld van het kind hebben gekregen. De scholen voor voortgezet onderwijs organiseren eind januari hun informatieavonden voor de ouders van aanstaande leerlingen.

Samen met de St. Willibrordusschool organiseren wij jaarlijks rond november een scholenmarkt waar verschillende scholen voor voortgezet onderwijs uit de omgeving zich presenteren.

De CITO eindtoets, die in februari volgt, is meestal een bevestiging van wat ouders en school al wisten. Voor deze toets geldt dat kinderen soms enorm nerveus zijn. Wij vertellen de kinderen ruim voor de toets dat de keuze toch al vaststaat en de toets gewoon is om te laten zien dat je het kunt. De resultaten van deze toets spreken we met ouders en leerling door.

Aan het eind van groep 8 gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. Dat betekent voor de meeste kinderen dat ze naar het H.P.C. in Zetten gaan.

Ook nádat de leerlingen van onze school vertrokken zijn, blijven we ze nog volgen: met het H.P.C. spreken we rond oktober de leerlingen nogmaals door.

 

3.5 Het leerlingvolgsysteem

Het dagelijks werk van de kinderen wordt door de leerkracht nagekeken en met de kinderen besproken. In de onderbouw wordt veel werk direct mee naar huis gegeven. In de bovenbouw wordt meestal in schriften gewerkt. Deze blijven op school. Tijdens de oudergespreksavonden liggen ze ter inzage. Ook na schooltijd kunnen ouders de schriften inkijken, het is dan wel prettig om daar vooraf een afspraak voor te maken, zodat wij de tijd voor u kunnen nemen.

Het werk wordt regelmatig getoetst door middel van methode-afhankelijke toetsen. Deze toetsgegevens bewaart de leerkracht in de klassenmap.

Op vaste tijdstippen worden methode-onafhankelijke toetsen afgenomen.

De uitslagen van deze toetsen, waarbij een vergelijking met een landelijk gemiddelde mogelijk is, geven ons een redelijk objectief overzicht van de prestaties.

Wij maken hierbij onder andere gebruik van de door het CITO ontwikkelde toetsen.

Deze toetsuitslagen worden beheerd door de intern begeleider. De uitslagen zijn, naast de observaties van de leerkracht, van betekenis voor het al dan niet verlenen van extra hulp. De verrichtingen van ieder kind en de groep kunnen zodoende op langere termijn worden gevolgd.

Een dergelijk systeem heet het leerlingvolgsysteem. De individuele resultaten worden door de intern begeleider en de leerkracht besproken en in de groeps- en/of leerlingbespreking zo nodig aan de orde gesteld. De uitkomsten worden tevens gebruikt om ons onderwijs te evalueren. Zo nodig wordt het onderwijs, groepsgewijs of individueel bijgesteld.

 

3.6 Rapportage

De schriftelijke rapporten worden twee keer per jaar uitgereikt aan de ouders/verzorgers van de kinderen van de groepen 3 t/m 8. De beoordeling wordt deels in cijfers en deels in letters (g=goed / o=onvoldoende) uitgedrukt.

Niet alleen de prestaties op de vakgebieden worden in de rapporten weergegeven, ook het sociaal-emotionele gebied wordt hierin aangegeven.

Verder worden alle ouders twee keer per jaar uitgenodigd voor een mondelinge rapportage over de ontwikkeling van hun kind, in een 15-minutengesprek met de leerkracht.

Uiteraard kunt u het gehele schooljaar met de leerkrachten over uw kind in gesprek gaan. Wij maken daar graag met u een afspraak voor. Als daar aanleiding toe is komt het initiatief voor een gesprek van onze kant.

De administratie van de leerlingen, absenten en dergelijke houden wij bij met het programma Esis-webbased.

 

3.7 Kwaliteitsbewaking

Op onze school wordt gebruik gemaakt van verschillende mogelijkheden om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en waar mogelijk te verbeteren. Het verbeterplan wordt aan de MR voorgelegd en daarna in de Vrijdagsbrief gepubliceerd. Wij maken gebruik van:

·         Methodegebonden toetsen. De resultaten worden door de groepsleerkrachten geëvalueerd.

·         De resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem (CITO).

Met deze toetsen vergelijken we onze schoolresultaten met die van het landelijk gemiddelde. Door deze gegevens zijn we in staat een trendanalyse maken. De trendanalyse gebruiken we weer om ons onderwijs te verbeteren. Van iedere leerling wordt door alle jaren heen een interne rapportage bijgehouden, waarin deze gegevens opgenomen worden. Deze gegevens staan ook op het rapport en wordt tijdens de oudergesprekken aandacht aan besteed.

·         De toetskalender.

·         De groeps- en leerlingbesprekingen met de groepsleerkracht en de IB-er.

·         Gesprekscyclus, waarin de leerkracht een functionerings-, voortgangs- of beoordelings-gesprek heeft met de directie.

·         (Na)scholingsactiviteiten. Deze activiteiten zijn gebaseerd op beleidsvoornemens en uitkomsten van de gesprekken.

·         Werken met kwaliteitskaarten in het primair onderwijs (WMKPO) waarin we vragenlijsten maken en daar een schoolverbeterings-traject aan koppelen.

·         De tevredenheidsonderzoeken.

·         Teamvergaderingen

 

3.8 Extra hulp en ondersteuning

Moeilijkheden met leren, of op sociaal emotioneel gebied, worden in de meeste gevallen door de leerkracht als eerste opgemerkt. Maar ook u als ouder kunt, wat problemen betreft, de "aangever" zijn. Thuis zal uw kind zich misschien meer of anders uiten. Het slaapt slecht, gaat ’s nachts (weer) in bed plassen, eet minder dan gewoon, enz. Vangt u die signalen op en heeft u het idee dat dit op school nog niet of onvoldoende is geconstateerd, meldt u dit dan bij de groeps-leerkracht.

Ook de uitslagen van toetsen kunnen ons op het spoor zetten. Het constateren van problemen resulteert in een melding tijdens de groeps- en/of leerlingbespreking of een collegiale consultatie. Hier bespreken we of er extra hulp nodig is. Samen met de intern begeleider stelt de groepsleerkracht een hulpplan op, gekoppeld aan een bepaalde periode. De uitvoering van dit hulpplan vindt zoveel mogelijk in de eigen groep plaats. Regelmatig worden de ouders geïnformeerd. Soms wordt er medewerking gevraagd om ook thuis wat met het kind te oefenen. Bij de uitvoering van het hulpplan kan het van belang zijn dat een kind individueel ondersteund wordt door de remedial teacher.

Bij de eerste evaluatie wordt bekeken of de geboden hulp adequaat is.

Blijkt dat niet het geval dan wordt het hulpplan aangepast en opnieuw uitgevoerd. Vervolgens vindt er na acht weken opnieuw een evaluatie plaats. Afhankelijk van de uitkomst van de tweede evaluatie kunnen dan indien nodig externe deskundigen, bijvoorbeeld vanuit Marant Educatieve Diensten, de logopediste of de schoolarts worden ingeschakeld. Zij geven advies, eventueel op basis van een te verrichten onderzoek en trachten in te schatten of het kind toch nog op school verder geholpen kan worden. Als mocht blijken dat het kind binnen onze school niet verder geholpen kan worden, dan worden de ouders doorverwezen naar de Permanente Commissie Leerlingenzorg.

De school schrijft een onderwijskundig rapport dat na overleg met de ouders wordt voorgelegd aan deze commissie. Zij geeft advies aan school en ouders met betrekking tot een eventuele verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs.

 

3.9 Met de rugzak naar school

Voor kinderen met een handicap of een stoornis is het reguliere aanbod op school vaak niet voldoende. Zij hebben extra voorzieningen nodig om onderwijs te kunnen volgen. De vraag hierbij is welke kinderen deze voorzieningen echt nodig hebben. Om dit te beoordelen is er per R.E.C. een onafhankelijke commissie. Daar dienen ouders een verzoek in. Deze commissie voor indicatiestelling beoordeelt op grond van landelijk geldende criteria of een kind toelaatbaar is tot een speciale basisschool of in aanmerking komt voor de ‘rugzak’, de leerling-gebonden financiering. In het laatste geval krijgt de leerling als het ware de extra middelen die nodig zijn om onderwijs te volgen op een reguliere basisschool, in een rugzak mee.

Deze middelen zijn bestemd voor (en zetten wordt op deze manier ook ingezet):

·         begeleiding vanuit een school voor speciaal onderwijs (ambulante begeleiding)

·         extra aandacht door een aparte leerkracht of begeleider

·         aanschaf extra leermiddelen

Daarnaast kan de leerling een persoonsgebonden budget krijgen voor medische begeleiding.

Als een kind ‘geïndiceerd’ is, dan kunnen de ouders een keuze maken voor regulier of speciaal onderwijs.

Wanneer ouders zich in dat geval melden bij ónze school, gaan we een gesprek aan waarin wij aangeven welke mogelijkheden er zijn om het kind onderwijs te bieden. Ouders vertellen wat zij verwachten van de school.

Wij stellen ons positief op en staan open voor de veranderde kijk op het volgen van onderwijs van deze leerlingen.

Wanneer wij daar goede redenen voor hebben, kunnen wij een bepaald kind in een bepaalde situatie echter weigeren.

Die redenen kunnen verband hebben met de situatie op school op dát moment, de draagkracht van het team, de hoeveelheid kinderen met een ‘rugzak’ dat al op school is, enz.

Ouders van kinderen met een handicap of stoornis willen een bewuste keus maken voor een school die het beste past bij hun kind; de school in de buurt of een speciale school.

In goed overleg kunnen wij onze mogelijkheden en grenzen aangeven en mét de ouders tot een verantwoorde keuze komen.

 

3.10 Huiswerk

Wij vinden het belangrijk dat kinderen na schooltijd kunnen spelen en ontspannen. Het werken dient zoveel mogelijk onder lestijd te gebeuren. Soms ontkomen we er, in het belang van het kind, niet aan dat er thuis wat extra geoefend wordt. Te denken valt hierbij aan technisch lezen, spelling en het automatiseren van tafels. Dit beperken we tot een minimum aan tijdsinvestering. Toch zullen kinderen in het kader van het taakbesef, moeten leren wennen aan het thuis uitvoeren van opdrachten.

Vanaf groep 6 wordt met enige regelmaat wat huiswerk meegegeven. Meestal is dit in het kader van een topografietoets die op school overhoord wordt.

In groep 7 en 8 wordt de kinderen geleerd op een verantwoorde manier met hun huiswerk om te gaan, mede in het kader van wat hen in het voortgezet onderwijs te wachten staat.


Verdeling van de tijd over de leer- en vakgebieden in minuten per week

Groep

1

2

3

4

5

6

7

8

Taal / Lezen

240

270

550

570

585

525

540

570

Rekenen

105

120

280

275

300

300

300

300

Werkuur (Lezen / Rek/Spel)

240

270

-

-

-

-

-

-

Schrijven

15

45

90

75

50

30

30

30

Engels

-

-

-

-

-

45

45

45

Lichamelijke oef.

330

360

90

90

90

90

90

90

Aardrijkskunde

-

-

-

-

50

60

60

60

Geschiedenis

-

-

-

-

50

60

60

60

Natuur

15

15

40

40

60

60

60

45

Verkeer

-

-

30

30

30

45

45

30

SEO

30

30

30

30

30

30

30

30

Godsdienst

75

75

75

75

75

75

75

75

Crea

60

60

90

90

90

90

90

90

Muziek

90

90

60

60

60

60

45

45

Pauze

75

75

75

75

75

75

75

75

Totaal

1275

1410

1410

1410

1545

1545

1545

1545




[1] rugzak: Leerlinggebonden financiering voor ouders van schoolgaande kinderen met een handicap of een stoornis.







Toelichting op de cookies  Privacydocument

Gerealiseerd door het OS-Scholenpakket/Oscreative - Helder voor iedereen